Kamperen
Europa
IJsland
Bunkhouse events
Bunkhouse blog
09 267 02 76
chat met ons
mail ons

Reisverslag: Costa pura, vida rica

Een reisverslag in zes etappes

door Laurens DeBlock

Er zijn reizen om een leven lang te koesteren. Beelden die op het netvlies gebrand staan en zich nog dagelijks vol kleur en levendigheid in het geheugen afspelen. Herinneringen die je op een onbewaakt moment als een warme vloedgolf overspoelen en in hun wake een gelukzalige glimlach op je gezicht achterlaten. De groepsreis Costa Rica – Puur natuur voldoet zonder enige moeite aan voorgenoemde criteria. Ondergetekende kreeg – door een speling van het lot – een week voor afreis de kans om zich in te schrijven en kwam terug met een trekrugzak vol prachtige verhalen. Een reisverslag in zes etappes, van de Arenalvulkaan tot de parelfijne zandstranden van Montezuma en de bedrijvige hoofdstad San José.

– Etappe I: La Fortuna, in de schoot van de vulkaan

De dichte, witte mist die de top van Arenal (1657 m) omsluiert en als vers gesponnen suikerspin aan de vulkaanflanken kleeft, klaart slechts zelden op. Soms doemen uit de nevel enkel de ruwe contouren van de vulkaan op, soms kan je de versteende lavastromen in het fijnste detail ontleden. De vulkaan was laatst actief in 2010, maar met regelmaat zijn boven de explosiekrater rookpluimen waar te nemen en valt onder de dunne aardkorst een diep en dof gerommel te horen.  

Nevel en regen zijn een constante tijdens onze eerste dagen in Costa Rica, maar het deert niet. De uitgestrekte regenwouden van het Parque Nacional Volcán Arenal, genesteld aan de voet van de vulkaan, schieten voor onze ogen metershoog op en lijken met elke seconde die voorbij tikt te groeien. Door het unieke microklimaat en de vruchtbare vulkanische bodem wordt alles overwoekerd door reusachtige varens, palmbomen, bromelia’s, heliconia’s en andere weelderige tropische plantengroei. Nog kleurrijker dan de flora zijn de vele felgekleurde vogels en kikkers die zich in het ondoordringbare bladerdek en bij de riviertjes schuilhouden.

Na enkele wandelingen, via verschillende hangbruggen en op de aangelegde Bogarin Trail, mogen we toekans, papegaaien, groene en blauwe suikervogels en verschillende soorten kolibries van ons lijstje afvinken. Ook kleurrijke gifkikkers, neusberen, leguanen en enkele schuchtere luiaarden passeren voor het erg bedrijvige oog van onze lens. De brulapen laten zich voorlopig enkel horen, hoe goed de imitatielokroep van onze innemende reisleider ook mag zijn…

– Etappe II: de nevelwouden van Monteverde

De mistige nevelwouden van Monteverde liggen een stuk hoger dan de regenwouden van Arenal en vertoeven daardoor haast onophoudelijk met hun hoofd in de wolken. De hoge luchtvochtigheid en soms broeierige temperaturen zorgen voor een enorme biodiversiteit aan fauna en flora. De mythische Quetzal, een bijna sacrale vogel voor de Maya’s en Azteken, voelt zich er wonderwel thuis tussen de gesluierde boomtoppen. Met zijn glanzend roodgroen verenkleed en sierlijke staart praat de Quetzal niet enkel huismussen een minderwaardigheidscomplex aan, ook menig andere paradijsvogel verbleekt in vergelijking. Een blik op deze goddelijke vogel is ons tijdens onze wandelingen door het nevelwoud niet gegund, maar dat is slechts uitstel, geen afstel! I’ll be back.

Het privéreservaat Santa Elena ligt net naast Monteverde en beschikt over verschillende wandelroutes (12 km in totaal) en een observatietoren waarop je prachtige vergezichten krijgt voorgeschoteld. De slingerende wandelwegen van Santa Elena zijn een stuk rustiger dan die van Monteverde, de keuze valt ons dan ook niet erg zwaar. De stilte in het woud is loodzwaar, intimiderend bijna, alsof elk geluid de heilige band tussen het woud en zijn inwoners zou verbreken. We besluiten dan ook maar in stilte te genieten van de buitenaards hoge boomtoppen, gehuld in een mystieke, melkwitte waas en de zware, van dauwdruppels doordrongen lucht.

– Etappe III: Rincón de la Vieja

Verder noordwaarts, richting het vulkanisch gebied Rincón de la Vieja en de machtige waterval Catarata la Cangreja. De overlevering wil dat hier, in deze afgelegen uithoek van Costa Rica, niet enkel natuurlijke maar ook bovennatuurlijke krachten aan het werk zijn. Rincón de la Vieja betekent zoveel als “gebied van het oude vrouwtje”. De stoom en rook van de talrijk aanwezige solfataren, borrelende modderpoelen en stinkende zwavelputten zouden voortkomen uit haar vreselijke toorn… of omdat ze een maaltijd klaarstoomde voor vermoeide reizigers. Zoals wel vaker met legendes durven ze al eens een loopje nemen met de waarheid. Wat er ook van aan is, Rincón de la Vieja is een heel stuk droger dan Arenal en Monteverde en onze doorweekte kleren en doorregende haren krijgen dan ook heel even de kans om te herademen.

Een pittige wandeling en een stevig stukje klim- en klauterwerk brengen ons naar de Catarata la Cangreja (foto), een prachtige waterval die zich vanop grote hoogte aan een rotvaart naar beneden stort. De apengeluiden hadden ons tijdens onze voorbije wandelingen op onze honger laten zitten: klank zonder beeld. In Rincón hebben we het geluk aan onze zijde. Een grote troep bruine slingerapen verhuist boven onze hoofden van domicilie. Wanneer ze ons in de smiezen hebben, valt de logistiek heel even stil. Na een intens potje apengapen (wie staarde precies naar wie?), trekken ze rustig verder, een beetje verwonderd over wat voor vreemde uitheemse zoogdieren de parkwachters nu weer toegang hadden verleend.

Diezelfde uitheemse zoogdieren besluiten bovendien om zich de dag erop in te smeren met vulkanische modder (foto)… voor het plezier, begrijpen wie begrijpen kan. Een korte maar intense paardrijtocht brengt ons in de namiddag naar de tweede waterval. Het water is bitter koud, maar niemand twijfelt een seconde. Het strijklicht valt tussen de bomen door en doet de waterspiegel glinsteren. Een klein en kostbaar moment, ontnomen aan de tijd, helemaal voor ons alleen.

– Etappe IV: Ensenada en de Golf van Nicoya

Nauwelijks bekomen van de intense ontmoeting met onze verre neven, reizen we verder richting de laaglanden van Guanacaste. De afgelegen Ensenada Lodge, een zeer gerieflijk arendsnest bovenop de kliffen, kijkt uit over de baai van Nicoya en is – zonder overdrijven – een klein paradijsje. De salamanders en vogelspinnen in je kamer moet je erbij nemen. Die laatste doen trouwens geen vlieg kwaad, nu ja, wel een vlieg, maar wij hebben niets te vrezen.

Vanop de krakkemikkige pier van Ensenada, op Jackson Pollock-achtige wijze versierd door de talrijk aanwezige zeevogels, trekken we gemotoriseerd het kalme water van de baai op. De kapitein, een blijmoedig man met gegroefd gezicht, vaart ons naar enkele plaatselijke vissers, die druk in conclaaf zijn met een kolonie geduldige pelikanen. De magere vangst blijkt echter te schraal om te delen met de grote zeevogels, die dan ook mondjesmaat afdruipen. We zetten koers richting de mangroves aan de kustlijn, op zoek naar krokodillen, net als vogelspinnen niet meteen de meest geliefde beestjes in de groep. De krokodillen geven die dag niet thuis, maar de wondermooie zonsondergang boven de baai maakt dat gemis ruimschoots goed.

– Etappe V: Montezuma

Tijd om het schiereiland Nicoya van wat dichterbij te gaan verkennen. De voorbije dagen zagen we vanuit Ensenada (het ‘vasteland’) de oranjerode zon als een schommelend waxinelichtje boven de bergen van Nicoya neerzijgen, nu zetten we ook voet aan wal op het schiereiland. Onze goedlachse (en immer betrouwbare) chauffeur Adémar brengt ons naar Montezuma, een klein kustdorpje aan de zuidoostkust van Nicoya. Het is een ietwat bevreemdende ervaring om na tien dagen wildernis en natuur plots in een dorpje met toeristische voorzieningen aan te komen. Er zijn bars, toeristische winkeltjes, hostels en zelfs een voorzichtige poging tot nachtleven. Gelukkig is er ook de onmetelijk grote Stille Oceaan en het geluid van de golven die op de rotsen breken of iets zachter tegen het mulle zand aanspoelen. We schakelen een versnelling lager. De jungle kruipt in je kleren en vooral in je spieren. De rust is welgekomen.

Alvorens we ons in slaap laten wiegen, kiezen we nog voor een laatste intiem momentje met de jungle. Tijdens een canopy tour zoeven we aan stalen kabels door het dichte tropische bladerdek. De kapucijn- en brulapen die zich af en toe laten zien, kijken rustig toe. Met onze beperkte behendigheid zijn we niet meteen een territoriale dreiging.

– Etappe VI: San José en Irazú

De confrontatie met de Costa Ricaanse hoofdstad San José is hard. Het stadscentrum is chaotisch, onverbiddelijk en oorverdovend luid. Opdringerige straatverkopers laten je geen seconde ongemoeid. Op elke straathoek worden luidkeels ticketjes voor de staatsloterij aangeprezen. Boerenbedrog, maar voor veel Costa Ricanen een klein stukje hoop, een houvast. De armoede slaat wild om zich heen. De werkelijkheid sijpelt traag maar zeker binnen. Al is Costa Rica het meest welvarende land in Centraal-Amerika, we mogen de ogen ook niet sluiten voor wat zich werkelijk afspeelt. Het leven is duur, vergelijkbaar met België, maar de lonen liggen een heel stuk lager.

Onze reisleider Polle, een hartelijke en integere Nederlander met een encyclopedische kennis over de natuur, woont al twintig jaar in La Fortuna en vertelt over de moeilijkheden in Costa Rica en de gigantische impact die de coronacrisis heeft gehad, niet noodzakelijk op medisch vlak, maar wel financieel. Toerisme is een enorm belangrijke bron van inkomsten. Het voorbije anderhalf jaar is loodzwaar geweest voor heel wat Costa Ricanen. Verschillende hotels, lodges en toeristische bedrijfjes hebben de boeken moeten neerleggen. Een kleine waarschuwing voor wanneer we weer blind grenzen gaan sluiten.

De laatste dag van onze reis brengt ons naar de machtige Irazúvulkaan, een van de weinige vulkanen in Costa Rica waar je nog tot vlak bij de krater kan komen. De lucht is doordrongen van een lichte zwavelgeur, maar daar zijn we na onze avonturen in Rincón de la Vieja zo goed als immuun voor. We zijn gezegend met een heldere hemel, althans het eerste uur van onze wandeling. Daarna komt de mist stevig opzetten en wordt het zicht beperkt tot amper twee meter rondom.

De vulkaan slaapt, vederlicht. In 1963 was Irazú voor het laatst actief, met asregens die helemaal tot in San José en Cartago reikten. De verschillende explosiekraters hebben ondertussen een groen laagje gekregen. Op de versteende lava groeien nu stekelige struiken en grassen en hier en daar een eenzame boom. Een waardige afsluiter voor een prachtige rondreis!

Ere wie ere toekomt: Polle en Adémar, voor wie geen moeite te groot was. Pieter, voor het uitstippelen van de route. Bunkhouse om alles tot in de puntjes te verzorgen en ons na lange tijd zonder reizen een beetje perspectief te bieden. En uiteraard de groep, 11 verschillende en boeiende karakters met een gemeenschappelijke voorliefde voor de natuur. 11 wildvreemden die samen rivieren doorwaden alsof het stilstaande beekjes betrof, guaro sours slurpten alsof het water in de woestijn was en voor wie opstaan met een glimlach een vanzelfsprekendheid was.

Inspiratie